Artsen en psychologen gebruiken steeds vaker dieren in therapie

dierenliefdeHet Amerikaanse Helping Hands Monkeys traint apen om verlamde mensen te helpen beter te functioneren.

Naast het plezier dat de aapjes aan hun leven geven – veel verlamde mensen moeten door gebrek aan arbeidsmogelijkheden soms acht uur per dag alleen doorbrengen – zijn de dieren essentieel om te functioneren zonder hulp van professionele hulpverleners of betrokken familieleden.

Ze brengen eten en drinken, voeren de verlamde, rapen spullen op die buiten bereik zijn, zetten een cd’tje op, doen een video in de recorder en doen lichtknopjes aan en uit. Veel patiënten spreken over de aapjes met de liefde die anderen voelen voor hun eigen kind.

Het werk van deze apen is buitengewoon, maar het effect bij hun baasjes is herkenbaar voor veel eigenaren van huisdieren. Dieren blijken een helende invloed op hun omgeving te hebben, vermoedelijk door hun onvoorwaardelijke acceptatie. Onderzoeken hebben aangetoond dat het houden van een huisdier een beter effect heeft op hoge bloeddruk dan de doorgaans voorgeschreven medicijnen. Een huisdier blijkt de sterkste sociale indicator voor voorspellingen over het herstel van een ernstige hartkwaal. Steeds vaker schrijven artsen een huisdier voor tegen eenzaamheid, depressie, stress en andere emotionele aandoeningen. In de Verenigde Staten schijnt de helft van de artsen aan te geven wel eens een huisdier voor te schrijven.

Met resultaat: ouderen die een huisdier hebben, bezoeken hun arts beduidend minder – volgens onderzoekster Judith Siegel van de universiteit van California zelfs zestien procent minder. Voor hondenbezitters ligt dit percentage nog hoger: boven de twintig procent. Uit Australisch onderzoek blijkt, dat de aanwezigheid van huisdieren in Australische huishoudens het rijk jaarlijks zo’n 800 miljoen tot 1,5 miljard dollar bespaart. De gegevens zijn gebaseerd op het feit dat huisdierbezitters de huisarts minder vaak bezoeken en een betere gezondheid genieten.
Psychologen hadden het effect van dieren al eerder ontdekt.

Totdat op een dag zijn hond Jingles de therapieruimte binnenwandelde, had kinderpsycholoog Boris Levinson vaak moeite toegang te krijgen tot getraumatiseerde en beschadigde kinderen. Zijn jonge cliënten reageerden verheugd en openden zich spontaan naar de hond, waardoor ook Levinson toegang kreeg. Hij merkte dat dieren een belangrijke rol kunnen spelen in een therapie. Levinson was in 1962 de eerste die schreef over ‘de hond als co-therapeut’.

Veertig jaar later maken psychologen dankbaar gebruik van de intieme band tussen mens en dier. In therapie wordt een dier door de cliënt vaak gezien als een bondgenoot, waardoor een veilig gevoel ontstaat om openlijk te delen. De onvoorwaardelijke en niet-oordelende houding van het dier kan helpen om vlot een vertrouwensband tussen cliënt en therapeut te smeden. Doordat dieren vaak grappig of vertederend zijn, halen zij de spanning rondom een therapeutische sessie weg. Met name kinderen praten vaak makkelijker tegen een dier dan tegen een mens. De therapeut hoeft soms niet veel meer te doen dan een onderwerp aan te dragen en te observeren wat kind en dier daar vervolgens mee doen. De interactie tussen deze twee kan veelzeggend zijn over de grenzen die een kind al of niet stelt.

Inmiddels zijn er talrijke goed gedocumenteerde voorbeelden van succesvolle animal-assisted therapy. Er is het jongetje dat zijn deels verlamde hand probeert te genezen door een hond te aaien; de poes die bij een eenzame bejaarde in bed kruipt; mishandelde kinderen en gevangenen die leren een hond af te richten zonder zelf in aangeleerd, mishandelend gedrag te vervallen; autistische kinderen die leren communiceren door contact met dolfijnen.

Met name in ziekenhuizen en zorgtehuizen zouden dieren een nog veel grotere rol kunnen spelen. Een lieve hond op een afdeling met doodzieke patiënten is in staat wonderen te verrichten. Ook een simpele kom met vissen doet al wonderen om de spanning voorafgaande aan een tandartsbezoek te verminderen. Onderzoek heeft keer op keer laten zien, dat zorg dragen voor een dier (of zelfs een plant) mensen gelukkiger en langer doet leven. Zou dat zijn omdat dieren en planten heel goed kunnen luisteren en nooit tegenspreken?

Canadese huisartsen hadden al eens ontdekt dat luisteren het allerbelangrijkste ingrediënt is in genezing. Dr. Samuel Corson, expert op het gebied van dierentherapie en verbonden aan de Ohio State University, zegt het zo: ‘Een hond is de mens zijn beste vriend omdat hij zijn staart kwispelt, en niet zijn tong.’

 

Bron: www.kristijn.com

 

Reageer